| OPDRACHT: |
|
Opdracht 1: Schetsontwerpen Maak eerst een aantal ruwe schetsen van hoe jouw ontwerp eruit zou moeten zien. Probeer verschillende kleuren en vormen uit. Vraag je af van welke materialen je ontwerp gemaakt moet worden (hout, beton, papier, textiel?). De schetsen maak je op gewoon tekenpapier of op de computer (b.v. in Paint of Google SketchUp ) als dat kan. Als je een logo ontwerpt probeer dan verschillende lettertypes en kleuren uit. Laat ook zien hoe dat logo op een poster of een t-shirt moet staan. Als je een stoel ontwerpt kijk dan of je die beter van hout of papier kunt maken. En hoeveel poten heeft jouw stoel? En kijk bij het ontwerpen van het speelpleintje of de schommel in het midden of toch in de hoek moet komen. En de zandbak is die rond of vierkant? Aan de slag! Opdracht 2: definitief ontwerp Ben je echt tevreden met je schetsen? Kies je beste schets en werk deze uit. Je kunt een maquette, een model, een gedetailleerde tekening of plattegrond maken. Een moodboard of een collage kan ook. Zorg ervoor dat in de uitwerking van jouw ontwerp goed zichtbaar is hoe je wilt dat het eruit gaat zien. |
